Kleurperikelen: drukwerk
by Margot den Ouden
in Latest
Hits: 286

Drukwerk heb je in alle soorten en maten, kleuren en geuren. (Jawel, geuren. Steek je neus maar eens in een vers boek en inhaleer diep.) Wat betreft maten ontstaan er meestal niet snel problemen. A4 is tenslotte A4. Simpel.

Met kleuren ligt dat anders. Stel dat je een fullcolour-logo hebt. Dat wordt tijdens het drukken opgebouwd uit vier kleuren: Cyaan (blauw), Magenta (rood, maar eigenlijk meer hardroze), Yellow (dus geel) en Key (de sleutelkleur, vrijwel altijd zwart, vroeger ook wel donkerbruin of -blauw). Bekijk je je gedrukte logo door een loep, dan zul je gekleurde puntjes en vlakken zien, die elkaar overlappen, afhankelijk van de kleur. Van zo dichtbij ziet het er raar uit, maar van normale leesafstand is het jouw logo.

Is je voorraad briefpapier of folders op en laat je nieuwe drukken, dan zou je in het ideale geval geen kleurverschil mogen zien tussen de oude en nieuwe partij. Mits je die oude netjes in het donker bewaard hebt, dan. Anders kan de inkt verbleken en het papier verkleuren. Helaas bestaat het ideale geval niet en zal er altijd iets verschil in kleur zijn, ook binnen een partij drukwerk. Drukkers doen hun uiterste best om dat te voorkomen, door tijdens het drukken te meten. Daar bestaat zeer geavanceerde apparatuur voor.

Heb je een logo in twee kleuren, bijvoorbeeld zwart en rood, dan kan het in offsetdruk met zogenaamde PMS-kleuren gedrukt worden. Je hebt dan maar twee drukkleuren nodig, wat bij grotere oplages prijstechnisch al gauw interessant wordt. Het Pantone Matching System is een systeem met gestandaardiseerde kleuren, waarbij bijvoorbeeld PMS 185 op iedere kleurenwaaier exact dezelfde tint rood is. Handig. Toch kan ook zo’n standaardkleur nog schommelen, omdat de pers de ene keer iets ‘rijker’ afgesteld staat dan de andere, waardoor de kleur iets donkerder wordt. Dus ook dan moet goed gemeten worden.

Sommige PMS-kleuren zijn niet in CMYK te drukken, omdat de opbouw van die vier kleuren nooit het pigment van de PMS-kleur kan benaderen. PMS 021 oranje is zo’n kleur. Hardoranje, dat in CMYK een soort vies oranjebruin wordt. Geen gezicht.

Om het nog een beetje ingewikkelder te maken, heeft de papiersoort waarop gedrukt wordt een duidelijke invloed op het kleurresultaat, zowel bij CMYK als PMS. Glad papier zuigt minder inkt op dan papier met een opener structuur. En als je papier een tintje heeft, bijvoorbeeld lichtgrijs of creme, dan is het logisch dat je logo er ook iets anders uit komt te zien. Wordt je nieuwe folder op een andere papiersoort gedrukt dan de vorige keer, dan ontkom je niet aan kleurverschil ten opzichte van de oude partij. Dolle pret voor de drukker als een huisstijl (visitekaartjes, briefpapier, offertemappen) op verschillende soorten papier en op verschillende persen wordt gedrukt, want dan is het een hele klus om de kleuren hetzelfde te krijgen.

Als je drukwerk laat maken en je hecht grote waarde aan de juiste kleur, dan loont het altijd om in een drukproef op het juiste papier te investeren. Komt het niet zo nauw, dan kun je volstaan met een pdf-proef, die je op je scherm nakijkt.

In het volgende blog ga ik in op de kleurverschillen tussen CMYK en beeldschermen.

 

Tekenles
by Margot den Ouden
in Latest
Hits: 167

 

Afgelopen voorjaar heb ik een paar tekencursussen gegeven aan de plaatselijke volksuniversiteit: Dieren Tekenen en Meditatief Tekenen. Spannend vond ik het. Schoolsituaties in een heus leslokaal kende ik voorheen enkel van de andere kant, namelijk als leerling. Nu was ik degene die kennis deelde en leerlingen hielp zichzelf te ontwikkelen.

Tijdens de eerste les Dieren Tekenen sloeg de twijfel toe. Na een klein half uur, waarin ik van alles had verteld over tekenen in het algemeen en de materialen die we zouden gebruiken, schoot de gedachte door mijn hoofd: Over een paar minuten ben ik uitgepraat en dan val ik door de mand. Dan zien de leerlingen ineens dat ik helemaal geen lerares ben, maar gewoon een amateur die er niets van kan en niets weet. En dan lopen ze weg.

Gelukkig besefte ik direct daarna dat dit een heel normaal verschijnsel is. Een soort examenvrees. Die eerste les was een test: ‘Kan ik dit wel?’ Ik stelde mezelf gerust en vertrouwde erop dat het allemaal goed zou komen. En dat was ook zo. 

Ik heb veel van die cursussen geleerd. Onder andere dat het heel anders kan lopen dan je verwacht. Ik had voor iedere les een onderwerp waar ik iets over vertelde en de leerlingen luisterden beleefd en deden vervolgens hun eigen ding. Sommigen gingen met mijn tips aan de slag, anderen moest ik na de derde les nog een keer uitleggen of nou HB of B2 het zachtste potlood was. Maakt niet uit, dat was mijn taak. Er waren geen punten mee te verdienen, het ging puur om ieders persoonlijke ontwikkeling in het tekenen, zoals ik het het liefste heb. Na verloop van tijd kwamen er meer vragen. Hoe doe ik dit? Hoe werkt dat? Dat vond ik prettig, want dan kon ik mensen gerichter helpen. De vooruitgang werd zichtbaar, bij de ene leerling wat meer dan bij de andere. 

Bij het Meditatief Tekenen legde ik telkens aan het begin van de les iets uit over tekentechnieken en meditatie. Vervolgens was het een uurlang doodstil, hoorde je alleen het ruisen van de verwarming, potlood of pen op het papier en stemmen uit een naburig lokaal. Tegen het einde van de les bespraken we - voorzichtig, om de stilte niet gewelddadig te verbreken - de resultaten en wat we ervaren hadden. We inspireerden elkaar met vormen en kleuren. Heerlijk.

Eigenlijk is al het tekenen meditatief. Je verliest jezelf in je tekening, vergeet de buitenwereld, je volle concentratie is gericht op je potlood, dat weergeeft wat je wilt uitbeelden. Dat is oneindig rustgevend.

 

Vulpen
by Margot den Ouden
in Latest
Hits: 165

Mijn eerste vulpen kreeg ik op de basisschool. Ik heb hem niet meer, maar ik weet nog precies hoe hij eruitzag: donkergroen, met een goudkleurige clip. Het was het standaard schoolmodel. Er gingen plastic inktpatronen in, waar een klein plastic bolletje inzat. Als de vulling leeg was, beet of knipte je de achterkant open om bij het bolletje te komen. (Bijten is niet aan te bevelen.) In de pen was plaats voor een reservevulling. Op school mochten we alleen met blauwe inkt schrijven, maar er was inkt in verschillende kleuren verkrijgbaar.

Hoewel er al decennialang balpennen bestaan, leren kinderen op sommige basisscholen nog steeds met vulpen schrijven. (Sowieso is schrijven met pen goed voor het ontwikkelen van fijne motoriek, blijkt uit onderzoek.) Het voordeel ten opzichte van balpen is dat je hand bij een vulpen een natuurlijkere schrijfhouding aanneemt en ontspannener blijft. Een balpen moet je meer rechtop houden en je moet er meer druk op uitoefenen. Vulpennen hebben ook nadelen, want ze vlekken meer, vooral voor ongeoefende schrijvers, en de inkt is niet watervast, wat je snel merkt als je met zweethandjes schrijft. 

De vulpen is mijn favoriete schrijfgereedschap. Ik heb er verschillende. Mijn pronkstuk is een lichtgele Pelikan, maar ik heb ook pennen van andere merken en een paar merkloze. Ze schrijven allemaal verschillend, van dun en krasserig tot breed en soepel. Ze liggen ook allemaal anders in de hand. In de merkloze moet ik plastic vullingen doen (net als vroeger in mijn schoolpen), de andere hebben ofwel een hervulbare vulling, ofwel een reservoir met een draaiknopje. Het hervullen is soms een beetje geknoei, maar het voordeel is dat je veel kleuren inkt kunt afwisselen en geen plastic afval creëert.

Ja, een computer is een handig stuk gereedschap, met enorme mogelijkheden. Maar geef mij voor het schrijven maar een blanco vel papier en een vulpen. De geur van de inkt, de elegante beweging van de pen over het papier, terwijl de tekst letterlijk uit de punt vloeit. Laat mijn schrijfsels maar op ouderwetse wijze ontstaan, in schitterende turquoise of toffeebruine inkt. 

Dan typ ik het later wel over.