Foto’s in je folder?
by Margot den Ouden
in Latest
Hits: 423

Camera’s in slimme mobiele telefoons zijn verrekte handig. Dat apparaat heb je immers altijd bij je en als je snel genoeg bent, kun je de gekste en mooiste momenten op de gevoelige plaat vastleggen. Tegenwoordig zijn dat soort camera’s zelfs zo goed, dat je er met een beetje handigheid echt goede foto’s mee kunt maken. Dan ligt de beperking voornamelijk bij het (al dan niet ontbrekende) gevoel voor esthetica van de gebruiker en minder bij het apparaat.

Wil je een zelfgemaakte foto gebruiken in je te drukken folder, dan komt de resolutie om de hoek kijken. Vrijwel iedere scherpe foto geeft op een beeldscherm een goed resultaat en op de kleine display van je telefoon is het al helemaal geen probleem. Maar bij drukwerk ligt de lat een stuk hoger.

Stel, je camera heeft een resolutie van 8 megapixel. Een foto wordt dan bijvoorbeeld 3264 x 2448 pixels groot. Elke pixel is een puntje met een kleur en omdat je oog die kleine puntjes niet afzonderlijk kan onderscheiden, vormen ze samen een - hopelijk - scherp beeld van hetgeen je wilde vereeuwigen. Goed, misschien wist je dat al, maar nu komt het.

Om een kwalitatief goed drukresultaat te krijgen, waarbij je foto mooi scherp blijft, mogen er niet minder dan 300 pixels per inch (ppi) worden gebruikt. Dat betekent dat je foto van 8 megapixel maximaal op 27,6 x 20,7 cm kan worden gedrukt, dus ietsje kleiner dan A4. Kleiner afdrukken is natuurlijk geen probleem.

Laat je een poster afdrukken, dan kun je volstaan met de helft en kan je foto op het dubbele formaat worden gebruikt. Een poster bekijk je immers van een grotere afstand dan een folder, boek of wenskaart. Het valt dan helemaal niet op dat de puntjes wat groter zijn.

Aan die resolutie van 300 ppi voor een te drukken foto valt niet te tornen. Oké, als het 290 ppi zijn, zal het misschien niet zo opvallen, maar de kwaliteit loopt al snel terug naarmate de ppi minder worden. 

Je foto digitaal opwaarderen helpt niet. Je krijgt misschien wel een hogere ppi, maar de afbeelding wordt niet gedetailleerder of scherper. Je ziet wel eens in politieseries op tv dat een onscherpe foto van een vermeende dader digitaal opgewaardeerd wordt, waardoor men ineens die persoon kan herkennen of lezen wat er op zijn shirt staat. Je reinste fictie. Als je een pixel opblaast tot de grootte van 3 x 3 pixels, hoe kan een computer dan weten welke van die pixels een andere kleur moet krijgen om meer detail in het beeld te brengen? Dat weet hij niet, dus maakt hij gebruik van rekenmodellen om het aannemelijk te maken. Dat komt niet noodzakelijkerwijs met de werkelijkheid overeen.

Wil je kwalitatief goede foto’s maken voor je folder, dan is een goede camera bijna onontbeerlijk, omdat die foto’s maakt met een hogere resolutie. Of huur een fotograaf in die zo’n apparaat heeft. Je kunt dan makkelijk foto’s op groot formaat laten afdrukken en uitsnedes maken. Vormgever blij, drukker blij en uiteindelijk jij blij met je fraaie folder.

PS: Let bij het aanleveren van foto’s op dat je e-mailprogramma ze niet automatisch verkleint. En lever ze nooit aan in een Word-document. (Ja, er zijn mensen die dat doen. Aargh!)

Kleurperikelen: beeldschermen
by Margot den Ouden
in Latest
Hits: 327

Vorige keer heb ik verteld over drukwerk in kleur en het opbouwen van kleuren in CMYK. Dat werkt zo’n beetje hetzelfde als kinderen met hun waterverf ontdekken: meng je rood met geel, dan krijg je oranje. Geel met blauw wordt groen. Zo kun je een breed spectrum aan kleuren bereiken. Meng je alles door elkaar, dan zou je theoretisch zwart krijgen, maar in de praktijk wordt het een smerig bruin. Vandaar dat drukkers naast de drie basiskleuren zwart als drukkleur toepassen.

Beeldschermen doen het anders. Ze bestaan uit kleine puntjes, die licht uitstralen in drie verschillende kleuren: rood, groen en blauw. Meng je die kleuren in gelijke verhouding, dan krijg je wit licht. Geel ontstaat, hoe raar het ook klinkt, door menging van rood en groen. Zwart is dan natuurlijk de afwezigheid van licht, oftewel duisternis. Het kleurenspectrum in RGB is veel groter dan dat in CMYK.

Omdat tegenwoordig al het drukwerk op een computer wordt opgemaakt, kun je soms voor nare verrassingen komen te staan bij het omzetten van RGB naar CMYK. Dan ziet jouw frisgroene logo er op je visitekaartje maar verwelkt uit, of blijkt dat het neon-geel alleen in PMS gedrukt kan worden, zodat je drukwerk door die extra kleur duurder wordt.

Je krijgt een vergelijkbaar effect als je je ontwerp print op je eigen printer. Die maakt namelijk ook een afdruk met behulp van vier kleuren inkt of toner, waarbij de RGB-waarden worden vertaald naar CMYK-waarden. Dat kan sterk afwijken van je beeldscherm. O ja, voor ik het vergeet: een printer is niet te vergelijken met een drukpers, qua kleur of kwaliteit. De vertaling naar CMYK is voor ieder apparaat weer anders en er wordt meestal niet op standaard printerpapier gedrukt. Dus dat printje zegt ook niet veel over het gedrukte eindresultaat.

Nog een verschil tussen beeldscherm en drukwerk: het beeldscherm straalt licht uit dat direct in je oog wordt waargenomen; drukwerk neem je waar doordat licht van een lichtbron (zon, bureaulamp) erop weerkaatst en in je oog valt. Bij het drukwerk neemt het licht dus zogezegd een omweg, wat ook invloed heeft op de zuiverheid van de kleur.

Dan zijn er ook nog eens grote verschillen tussen beeldschermen onderling, zodat het ontwerp dat je op je desktop hebt gemaakt, er op je smartphone toch weer anders uitziet. Geen wonder dus dat drukkers zich graag bezighouden met kleuren die ze kunnen standaardiseren en meten, zodat duidelijk is waar ze het over hebben. Dat voorkomt teleurstellingen.

Is de moed drukwerk te laten maken je nu in de schoenen gezakt? Nergens voor nodig. Natuurlijk is het allemaal niet hopeloos, er wordt genoeg drukwerk geproduceerd waar de klant heel tevreden mee is, ook als er geen dure kleurenproef in het spel is geweest. Maar als jouw drukker begint te piepen over kleuren en RGB, dan weet je nu een beetje wat er achter zit.

Kleurperikelen: drukwerk
by Margot den Ouden
in Latest
Hits: 530

Drukwerk heb je in alle soorten en maten, kleuren en geuren. (Jawel, geuren. Steek je neus maar eens in een vers boek en inhaleer diep.) Wat betreft maten ontstaan er meestal niet snel problemen. A4 is tenslotte A4. Simpel.

Met kleuren ligt dat anders. Stel dat je een fullcolour-logo hebt. Dat wordt tijdens het drukken opgebouwd uit vier kleuren: Cyaan (blauw), Magenta (rood, maar eigenlijk meer hardroze), Yellow (dus geel) en Key (de sleutelkleur, vrijwel altijd zwart, vroeger ook wel donkerbruin of -blauw). Bekijk je je gedrukte logo door een loep, dan zul je gekleurde puntjes en vlakken zien, die elkaar overlappen, afhankelijk van de kleur. Van zo dichtbij ziet het er raar uit, maar van normale leesafstand is het jouw logo.

Is je voorraad briefpapier of folders op en laat je nieuwe drukken, dan zou je in het ideale geval geen kleurverschil mogen zien tussen de oude en nieuwe partij. Mits je die oude netjes in het donker bewaard hebt, dan. Anders kan de inkt verbleken en het papier verkleuren. Helaas bestaat het ideale geval niet en zal er altijd iets verschil in kleur zijn, ook binnen een partij drukwerk. Drukkers doen hun uiterste best om dat te voorkomen, door tijdens het drukken te meten. Daar bestaat zeer geavanceerde apparatuur voor.

Heb je een logo in twee kleuren, bijvoorbeeld zwart en rood, dan kan het in offsetdruk met zogenaamde PMS-kleuren gedrukt worden. Je hebt dan maar twee drukkleuren nodig, wat bij grotere oplages prijstechnisch al gauw interessant wordt. Het Pantone Matching System is een systeem met gestandaardiseerde kleuren, waarbij bijvoorbeeld PMS 185 op iedere kleurenwaaier exact dezelfde tint rood is. Handig. Toch kan ook zo’n standaardkleur nog schommelen, omdat de pers de ene keer iets ‘rijker’ afgesteld staat dan de andere, waardoor de kleur iets donkerder wordt. Dus ook dan moet goed gemeten worden.

Sommige PMS-kleuren zijn niet in CMYK te drukken, omdat de opbouw van die vier kleuren nooit het pigment van de PMS-kleur kan benaderen. PMS 021 oranje is zo’n kleur. Hardoranje, dat in CMYK een soort vies oranjebruin wordt. Geen gezicht.

Om het nog een beetje ingewikkelder te maken, heeft de papiersoort waarop gedrukt wordt een duidelijke invloed op het kleurresultaat, zowel bij CMYK als PMS. Glad papier zuigt minder inkt op dan papier met een opener structuur. En als je papier een tintje heeft, bijvoorbeeld lichtgrijs of creme, dan is het logisch dat je logo er ook iets anders uit komt te zien. Wordt je nieuwe folder op een andere papiersoort gedrukt dan de vorige keer, dan ontkom je niet aan kleurverschil ten opzichte van de oude partij. Dolle pret voor de drukker als een huisstijl (visitekaartjes, briefpapier, offertemappen) op verschillende soorten papier en op verschillende persen wordt gedrukt, want dan is het een hele klus om de kleuren hetzelfde te krijgen.

Als je drukwerk laat maken en je hecht grote waarde aan de juiste kleur, dan loont het altijd om in een drukproef op het juiste papier te investeren. Komt het niet zo nauw, dan kun je volstaan met een pdf-proef, die je op je scherm nakijkt.

In het volgende blog ga ik in op de kleurverschillen tussen CMYK en beeldschermen.