Meditativiteit
by Margot den Ouden
in Latest
Hits: 402


 In deze hectische maatschappij kan mediteren rust geven. In geestelijk en lichamelijk evenwicht op een kussentje in de stilte zitten, kunnen we nu en dan allemaal wel gebruiken. Meestal komt het er echter niet van, want als je veel stress ervaart, vind je niet de rust of tijd om dat kussentje op te zoeken en even helemaal niets te doen. En als het wel lukt, dan is het onmogelijk om rust in je hoofd te krijgen. Je gedachten schieten heen en weer tussen de gebeurtenissen op het werk en de verwachtingen van je gezin. De boter is op, de gymkleren van je dochter moeten nog uitgewassen en de baas verwacht dat rapport op zijn bureau. Hoe drukker je bent, des te harder heb je meditatieve rust nodig en des te moeilijker is het om die te bereiken.

Zitten op een kussentje met je ogen dicht is een vrij moeilijke vorm van mediteren. Makkelijker is het om je aandacht op één punt te richten. Je zult dan met je gedachten nog telkens afdwalen, maar minder snel en minder ver. Er zijn verschillende manieren om je aandacht te richten. De simpelste is: jezelf iets te doen geven. Bijvoorbeeld een tekening maken.

Kinderen tekenen vol overgave en zonder aandacht voor de omgeving. Dat is te vergelijken met een meditatieve staat, waarbij hun aandacht volledig op het tekenen is gericht. Worden ze volwassen, dan vergeten ze hoe dat moet. Heel jammer.

Het is eigenlijk heel simpel. Neem een blad papier en een potlood en ga tekenen. Gewoon. Trek lijntjes, maak vormpjes, kleur in. Kijk wat er spontaan ontstaat, voel het potlood op het papier, neem de geur op. Het hoeft niets te worden. Maak je niet druk om het eindresultaat. Het gaat puur om de beleving, om het tekenen zelf, om de meditativiteit.

De bovenstaande tekening is gemaakt met fineliner en kleurpotlood. Gewoon lijnen trekken en vlakken inkleuren, zonder al te veel bezig te zijn met wat het ‘moet’ worden. Grappig genoeg is het eindresultaat dan vaak verrassend mooi!

Schrijffoutjeuk
by Margot den Ouden
in Latest
Hits: 484

 

Taal is een passie van me. Ongeveer eens per maand krijg ik een paar Duitsers op bezoek, die hun Nederlands willen oefenen. We eten samen en spreken Nederlands. Reuze gezellig. Niet alleen de Duitsers hebben er iets aan, voor mij is het ook heerlijk. Tijdens zo’n avond kan ik namelijk mijn natuurlijke neiging om anderen te verbeteren, ten volle uitleven. In andere situaties wordt dat zelden gewaardeerd, in ieder geval als ik het ongevraagd doe. Dus houd ik me meestal in.

Lees ik het nieuwsoverzicht op facebook, dan krijg ik na een tijdje echt jeuk van alle schrijffouten. Ontbrekende of overbodige spaties, spel- en stijlfouten en dan natuurlijk de absolute topper in onze taal: werkwoordsvervoegingen die op een d of t eindigen.

‘Heb het gedeelt.’ ‘Dat veranderd de zaak.’ ‘Ik wordt er niet goed van.’ Aargh!

Ik leg het nog één keer uit.

Tegenwoordige tijd, dus in het nu, krijgt nooit een d, soms een t. Vervang het werkwoord door ‘horen’ en je bent al een stuk wijzer. Ik hoor geen t; jij hoort wel een t; hij hoort ook een t. Dus ‘ik word er niet goed van’ en ‘dat verandert de zaak’.

Voltooid deelwoord, dus als het geweest is, krijgt een d of t (en nooit allebei). Dat is de befaamde kofschip-regel, die veel mensen niet snappen. Het kan iets simpeler. Luister gewoon naar de verleden tijd. Dus: ik deel, ik deelde, ik heb gedeeld. ‘Gedeeld’ eindigt op een d, omdat in de verleden tijd 'deelde' ook een d staat. 

‘Verandert’ betekent dus iets anders dan ‘veranderd’.

Is dit nou zo belangrijk? Mensen weten toch wel wat je bedoeldt? Meestal wel, op sociale media. Maar spelfouten zijn storendt voor de lezer, die dan afhaakdt, vooral bij langere teksten. Dan leest hij of zij dus niet verder wat voor interessants jij te vertellen hebt. Jammer. Het is daarom de moeite waard om te zorgen dat je tekst in orde is. Laat die controleren door een expert (mij, bijvoorbeeld) of kijk eens op de website van Onze Taal of de Taalunie voor advies.

Digitale natuur
by Margot den Ouden
in Latest
Hits: 443


 We leven in een digitaal tijdperk, waarin we onze analoge kant nogal eens vergeten. We brengen zoveel tijd door in de virtuele wereld van social media, dat die echter lijkt dan de tastbare wereld waarin onze lichamen zich bevinden. Dat werd me laatst weer bijzonder duidelijk, toen ik een berichtje las over een app, die met mooie animaties en bijpassende geluiden een suggestie van natuur oproept. Met een landschap naar keuze op je scherm en kwinkelerende vogeltjes of andere natuurgeluiden in je oren, waan je je even op een rustgevende plek. De bewuste app verkocht als de spreekwoordelijke warme broodjes. 

Ik was geschokt. Denken al die gebruikers nou echt dat een digitale animatie een analoge boswandeling kan vervangen? Zittend op een stoel, kijkend naar een schermpje, bij kunstlicht en airco? Zonder frisse lucht, lichaamsbeweging en zonlicht? Een dergelijke natuurbelevingsapp zou eigenlijk gecombineerd moeten worden met een enquete, waarin gevraagd wordt naar behoeften en motivaties van gebruikers. De behoefte aan natuur is kennelijk groot. Dan is de vraag waarom mensen niet in het echt naar buiten gaan, naar een park, het bos, het strand of een natuurgebied. Is er geen natuur in de buurt? Hebben/maken ze geen tijd? Vinden ze het eng?

Het is misschien zo dat je hartslag en stressniveau dalen van die app, maar waarschijnlijk lang niet zo ver als bij een echt bezoek aan de natuur. Dus leg dat digitale ding even weg en maak een wandelingetje. Buiten. Analoog. Nee, dat is niet eng.