Foto’s in je folder?

Camera’s in slimme mobiele telefoons zijn verrekte handig. Dat apparaat heb je immers altijd bij je en als je snel genoeg bent, kun je de gekste en mooiste momenten op de gevoelige plaat vastleggen. Tegenwoordig zijn dat soort camera’s zelfs zo goed, dat je er met een beetje handigheid echt goede foto’s mee kunt maken. Dan ligt de beperking voornamelijk bij het (al dan niet ontbrekende) gevoel voor esthetica van de gebruiker en minder bij het apparaat.

Wil je een zelfgemaakte foto gebruiken in je te drukken folder, dan komt de resolutie om de hoek kijken. Vrijwel iedere scherpe foto geeft op een beeldscherm een goed resultaat en op de kleine display van je telefoon is het al helemaal geen probleem. Maar bij drukwerk ligt de lat een stuk hoger.

Stel, je camera heeft een resolutie van 8 megapixel. Een foto wordt dan bijvoorbeeld 3264 x 2448 pixels groot. Elke pixel is een puntje met een kleur en omdat je oog die kleine puntjes niet afzonderlijk kan onderscheiden, vormen ze samen een - hopelijk - scherp beeld van hetgeen je wilde vereeuwigen. Goed, misschien wist je dat al, maar nu komt het.

Om een kwalitatief goed drukresultaat te krijgen, waarbij je foto mooi scherp blijft, mogen er niet minder dan 300 pixels per inch (ppi) worden gebruikt. Dat betekent dat je foto van 8 megapixel maximaal op 27,6 x 20,7 cm kan worden gedrukt, dus ietsje kleiner dan A4. Kleiner afdrukken is natuurlijk geen probleem.

Laat je een poster afdrukken, dan kun je volstaan met de helft en kan je foto op het dubbele formaat worden gebruikt. Een poster bekijk je immers van een grotere afstand dan een folder, boek of wenskaart. Het valt dan helemaal niet op dat de puntjes wat groter zijn.

Aan die resolutie van 300 ppi voor een te drukken foto valt niet te tornen. Oké, als het 290 ppi zijn, zal het misschien niet zo opvallen, maar de kwaliteit loopt al snel terug naarmate de ppi minder worden. 

Je foto digitaal opwaarderen helpt niet. Je krijgt misschien wel een hogere ppi, maar de afbeelding wordt niet gedetailleerder of scherper. Je ziet wel eens in politieseries op tv dat een onscherpe foto van een vermeende dader digitaal opgewaardeerd wordt, waardoor men ineens die persoon kan herkennen of lezen wat er op zijn shirt staat. Je reinste fictie. Als je een pixel opblaast tot de grootte van 3 x 3 pixels, hoe kan een computer dan weten welke van die pixels een andere kleur moet krijgen om meer detail in het beeld te brengen? Dat weet hij niet, dus maakt hij gebruik van rekenmodellen om het aannemelijk te maken. Dat komt niet noodzakelijkerwijs met de werkelijkheid overeen.

Wil je kwalitatief goede foto’s maken voor je folder, dan is een goede camera bijna onontbeerlijk, omdat die foto’s maakt met een hogere resolutie. Of huur een fotograaf in die zo’n apparaat heeft. Je kunt dan makkelijk foto’s op groot formaat laten afdrukken en uitsnedes maken. Vormgever blij, drukker blij en uiteindelijk jij blij met je fraaie folder.

PS: Let bij het aanleveren van foto’s op dat je e-mailprogramma ze niet automatisch verkleint. En lever ze nooit aan in een Word-document. (Ja, er zijn mensen die dat doen. Aargh!)

Leave your comments

Comments

  • No comments found